Van alles kwijt

Vlak voordat je de deur uit moet: sleutels kwijt! Niet in de tas, niet in de jas, ook niet waar ze altijd liggen? Nee hè! De kinderen zijn ook altijd alles kwijt: waar is mijn sportbroek? Waar zijn mijn schoenen? Jas? mobiel? en ga zo maar door. Je wordt er helemaal  gek van.

Wat kan dat betekenen: kinderen en volwassenen die steeds van alles kwijt zijn?

Theorie 1: Kinderen die van jongs af aan niet leren wat van hun is en te vroeg alles samen delen, die zijn later altijd van alles kwijt. Uhh wat!!? Dat heb ik mij eens laten vertellen door iemand met een deskundigheid op het gebied van beweging  en motorische-,  psychische- en cognitieve ontwikkeling. Ze zei dat kinderen nog niet kunnen delen als ze zo jong zijn. Maar ja, je kunt ze het toch wel leren, dacht ik? En als je een mandarijntje eet, kun je toch een partje geven aan een ander, ook als je nog maar 2 jaar bent, dat heet toch ook delen? Of als je met kleine kindjes gaat kleuren, dan delen ze toch ook de krijtjes? Of gaat het dan om grotere zaken? groter speelgoed? In ieder geval was ik het daar niet mee eens. Maar ja, zij was wel deskundig op dit gebied en ze zei dat er ook onderzoek naar was gedaan. Maar onderzoek is niet zonder meer objectief hè. En hoe ziet dat onderzoek er dan uit? Onderzoeksvraag: Ben jij altijd je spullen kwijt? Zo ja, deelde je vroeger altijd alles? Ik heb mijn twijfels. Maar het zou toch kunnen kloppen?  Als je niet leert wat van jou is, let je misschien niet zo goed op je spullen?

De volgende theorie heeft mijn voorkeur, maar of het de waarheid is weet ik niet.

Theorie 2: Kinderen en volwassenen die met hun hoofd ergens anders zijn, in gedachte zijn, aan het dromen zijn, druk zijn met van alles, of in hun enthousiasme een paar dingen vergeten, bijvoorbeeld je sleutels? Zou ook kunnen toch? Daar is geen onderzoek voor nodig om dat te beredeneren, je bent gewoon druk met veel dingen tegelijk en dan vergeet je wel eens iets. Als je het spelletje pandje verbeuren doet, onthoud je toch ook niet alle voorwerpen? Ja sommigen wel, maar da’s een ander verhaal. En er is vast veel onderzoek naar gedaan: hoeveel dingen tegelijk kan het menselijk brein onthouden. Waar ligt je focus op dat moment? die ligt in ieder geval niet bij de dingen die je dan juist kwijtraakt of vergeet.

Er zijn vast meer theorieën of verklaringen voor dit fenomeen. Ik denk bijvoorbeeld aan: “dat heb je van geen vreemde”. Herken je deze dingen of heb je nog andere verklaringen?

Het weer vandaag

Het weer vandaag

Wat een heerlijk weertje vandaag! of Bah! wat een vies weer. Wat is het koud, brrr. Ieuw! vies regen en tegenwind ook. Het moment dat ik dit schrijf is het heerlijk buiten, zo’n 23 graden, heerlijk mild. Maar toch voelde het vandaag, voor mij althans, alsof er regenbuien overtrokken. Ik voelde me niet zo heerlijk als het weer. Ken je dat gevoel? Buiten stralende zon, maar je eigen humeur is vergelijkbaar met  een sombere bui. Of andersom? Buiten regen, donder en bliksem, maar zelf voel je je als een zonnetje, vrolijk en vol energie. Je humeur of je gevoel is te vergelijken met het weer. Probeer het maar, met welk weer is je stemming te vergelijken? Of als je je gevoel zou moeten vergelijken met een weertype, wat zou het dan zijn? Een dergelijke vraag komt ook voor in het spel Coachee! Dat is een coachingsspel wat gebruikt wordt bij de coaching van kinderen. Heel fijn om je stemming of je gevoel nog te kunnen verfijnen met bepaalde weersomstandigheden of factoren, zoals temperatuur, wind, neerslag, bewolking. Bijvoorbeeld ik voel meimg_20160629_0003 goed, zoals 25 graden, lekker warm maar niet te, lichte bewolking, want dan is er af en toe schaduw en wolkjes zijn vriendelijk, zacht briesje, Zoiets, dat zou voor mij een tophumeur betekenen. Maar ook regen kan voor mij een goed gevoel uitdrukken, vooral na warm en drukkend weer, dan voelt regen als een bevrijding, alsof de regen al je zorgen wegspoelt. Tegelijkertijd worden regen en donkere wolken ook geassocieerd met een sombere bui. De weervrouw of weerman spreekt de weersverwachtingen ook wel uit als: “er trekken sombere buien over Nederland vanuit het Zuidwesten naar Noord, een front van depressie”. Dan weet je dat het niet is droog te houden.

Wat voor weer beschrijft jouw vrolijke stemming? En welk weertype past bij jouw ochtendhumeur?

Vandaag niets uit de weg

Vandaag niets uit de weg

“Vandaag ga ik niets uit de weg, ook niet de moeilijkere dingen”. Zo luidt de tekst op het kaartje van “Vandaag … voor kinderen” wat ik uit de stapel trek. Ook al is het voor kinderen, het kan net zo goed ook voor volwassenen zijn. Want hoe vaak ga ik nog dingen uit de weg? Eigenlijk bijna dagelijks, nou ja eigenlijk, het is gewoon waar. Zoals: vandaag ga ik 5 km hardlopen, nee toch niet vind ik te zwaar. Of Ik moet een afspraak maken met de tandarts, nee toch niet gedaan eind van de dag. Ik ga mijn fiets naar de fietsenmaker brengen, alweer niet eind van de dag. Nou, ga zo maar door. Als ik de tekst van het kaartje tot mij laat door dringen, kom ik tot de conclusie dat je ongemerkt dingen uit de weg gaat. Je stelt ze uit of verzint smoesjes om het niet te doen of je vergeet het omdat je het te druk hebt of bezet bent. Nu zijn sommige klusjes wat minder urgent dan andere klusjes en is het logisch dat je eerst dat doet wat je nodig vindt, maar aan de andere kant schuif je onbewust dingen aan de kant, omdat je ze moeilijk vindt. Ik zeg onbewust, want ik heb soms aan het eind van de dag een ontevreden gevoel dat ik niet alles heb gedaan wat ik wilde. En vaak moet ik even nadenken hoe dat zo komt. Het is overigens een ander ontevreden gevoel wanneer je het druk hebt en je hebt het niet af kunnen krijgen, want dan heb je wel je best gedaan, maar het is gewoon nog niet gelukt. Maar het is meer een ontevreden gevoel in de zin van een spijtig gevoel of een beetje schuldgevoel. Omdat je weet dat je het klusje uit de weg bent gegaan, je had het best wel kunnen doen. en in sommige gevallen had je het ook best wel kunnen doen, maar het is eng om eraan te beginnen, het is moeilijk om dat gesprek te voeren, of het is moeilijk om toch om hulp te vragen bij die ene klus. Waarschijnlijk herken je het wel en heb je ook zoiets, een handeling, een gesprek of een klus. noem maar op, die je uit de weg gaat. Maar vandaag ga je het niet uit de weg! Vandaag sta je stevig in je schoenen, kom op en stap het tegemoet! aan de slag! Veel succes ermee!

Best wel eng

angst

Wat is best wel eng?

Een nachtmerrie! Een grote harige spin! Spreken voor een groep. Proefwerk week. Optreden. Of deze griezel?img_20160629_0008

Zit er iets bij wat je eng vindt? Of misschien kun je nog wel meer bedenken, waardoor je knikkende knieën krijgt en je maag van omdraait? We weten allemaal wel iets waar we de rillingen van krijgen. Sterker nog, bang zijn is niet eens zo gek. Van nature is angst heel  belangrijk. Bijvoorbeeld als er (dreigend) gevaar is, zorgt angst er juist voor dat je scherp en alert bent en dat je reageert door die angst. Je vecht, vlucht of bevriest: Fight, flight or freeze. Zoals het ging in de oertijd, wanneer je werd aangevallen door een gevaarlijk dier, verdedigde je jezelf en probeerde je het gevaarlijke dier uit te schakelen, fight. Of je moest je uit de voeten maken voor naderend gevaar zoals een bosbrand of een wild dier, flight. Of door jezelf doodstil te houden, werd je niet opgemerkt door het gevaar, freeze. Bij jonge kinderen werkt het iets anders. Kinderen roepen om de hulp en bescherming van een dierbare volwassene, de vader of moeder (Frits Boer, 2011). Deze kan bescherming of geruststelling geven en een veilige omgeving bieden. Naarmate het kind groter wordt, zal het zichzelf beter kunnen verdedigen en dat zal eerder lukken bij kleine gevaren, klinkt logisch toch? Het is dus heel gewoon om angst te hebben. Het wordt een ander verhaal wanneer het niet meer nodig is om bang te zijn, omdat de situatie niet (meer) gevaarlijk is, maar toch blijf je bang. We spreken dan van overmatige angst. Daarbij is de angst niet in verhouding tot het dreigende gevaar of het gevaar is al verdwenen, of de angst is zo groot dat deze het normale functioneren belemmert. Dat is heel vervelend als een kind veel leuke activiteiten mist, omdat het niet durft om mee te doen. Tevens blijf je met nare ervaringen, gedachten en gevoelens zitten, omdat je stopt zodra de dreiging nadert. Toch hoeft het geen permanente situatie van angst te zijn waarin een kind kan zitten, er is wel degelijk wat aan te doen. Door oefening en gewenning om met die angst om te gaan, kan de angst overwonnen worden en kom je erachter dat het met de dreiging en het gevaar wel meevalt. Zo kom je steeds een stapje verder en wordt overmatige angst een normale angst of ook wel gezonde spanning. En dan is het oké om iets best wel eng te vinden.

Overprikkeld

Een overdaad aan prikkels, zoals geluiden, beelden, gevoelens die je niet goed kunt verwerken of continue prikkels die je niet als prettig ervaart. Niet alleen kinderen kunnen zo overprikkeld raken, ook volwassenen. Dat gold in ieder geval voor mij een tijdje geleden, op een informatieavond voor pedagogisch personeel van een kinderdagverblijf. Als gastouder mocht ik ook aanschuiven, want ik was immers werkzaam in de kinderopvang.

In eerste instantie altijd nuttig toch? Informatie, nieuwe informatie, daar steek je wat van op, of je pikt er uit wat je wil, waar je iets mee wilt. Helaas, meteen in het begin voelde ik mij al misplaatst, het was een avond mede georganiseerd door ouders van een kinderdagverblijf. Ik zat er niet alleen tussen de leidsters, maar ook de ouders van kinderen die ik niet kende. Een van de leidster die mij eerst vriendelijk aansprak, concludeerde een paar tellen later dat ik als gastouder de concurrent was. Prikkel! Maar ja, ik was er al, dus dan ook maar naar binnen. Na het voorstelrondje van de managers en de vertegenwoordigers van de ouderraden voelde ik me er nog meer niet thuis, ik voelde me zelfs een indringer in het leven van deze ouders en hun kinderen. Daarbij kwam nog dat ik erg moe was, lange werkdag gehad, niet helemaal fit, dus makkelijk geprikkeld ook nog eens. Maar toen kwam de hoofdspreker van de avond aan het woord. En toen begonnen de prikkels pas echt goed te steken. Deze spreker hield ons voor wat er allemaal kon misgaan in de opvoeding. Wat voor kinderen vormde je als je als ouders allerlei dingen verkeerd deed in de opvoeding? En ouders doen toch veel verkeerd! Prikkel! En “opvoeden is zó moeilijk”. Prikkel! Ik werd er meteen onzeker van en ik zat er niet eens als ouder, maar als gastouder. En mijn kinderen zijn al groot, ik hoef niet meer zoveel op te voeden. Even kwam een gevoel van geruststelling over mij, maar heel snel weer vertwijfeling, want had ik in al die jaren mijn kinderen wel goed opgevoed? Stel je voor dat je nu nog zulke kleine koters hebt, waar je dan allemaal aan moet denken en waar je voor moet oppassen: niet meer dan 5 minuutjes tv, geen muziek van een cd of ander apparaat, geen dubbele signalen geven: je zegt het ene, maar je lijf zegt iets heel anders, leg je kinderen op tijd op bed en geen socializen in het weekend, want daarmee overprikkel je je kinderen en al helemaal niet te laat op stap met je kinderen. Oh ja en kinderen kunnen helemaal nog niet delen als ze klein zijn en ruzies oplossen ook niet, dat moet je als ouders zijnde vóór ze doen. Inmiddels stond de wijzer van mijn prikkelmeter al in het rood. Ja hoor, overprikkeld. Het enige wat ik die avond nog kon doen, was vroegtijdig afhaken en me afsluiten voor al die prikkels, op mijn manier. Net als een kind dat zich afsluit voor een overdaad aan prikkels, op zijn eigen manier. Of dat nu wordt goed bevonden of niet.

Je valkuil uit!

Ken je dat gevoel, dat het lijkt alsof je de enige bent die zich druk maakt om je kind? Je maakt je zorgen om van alles, gaat het wel goed? Eet ze goed, slaapt ze genoeg? Heeft ze het wel leuk, gaat het wel met leren? En je partner kijkt je aan van: “maak je niet zo druk mens.” Ook de andere kinderen reageren van: “Jaha, heb ik al!” of “Neehee, hoeft niet!” En dan ga je je nog meer zorgen maken, als enige, want niemand doet het. Wat gebeurt hier? denk je. Nou ja, je bent zojuist in je valkuil gelopen of gevallen, in je kuil gestort. Ook al houd je vast aan, dat jij niet overdrijft, toch is het zo. Slik! En hoe meer de anderen zeggen en reageren dat jij je niet zo moet aanstellen en dat het wat minder kan, dan ga je nog dieper je valkuil in. In dit geval is je valkuil overbezorgdheid of betutteling. Het is wel even slikken als je met je neus op de feiten wordt gedrukt, maar het gaat lukken om de eerste stap te zetten, namelijk bewust zijn van je valkuil. Ik durf te wedden dat er genoeg vaders en moeders (vooral die laatsten denk ik), dit gevoel herkennen. Gelukkig ligt aan elke valkuil een kwaliteit ten grondslag, een kérnkwaliteit nog wel! Je valkuil is eigenlijk je kwaliteit heel overdreven, een te veel van je kwaliteit, of je kwaliteit met volumeknop op maximum. Want als je de knop eens terugdraait, ga je van betutteling langzaamaan naar zorgzaamheid. Zorgzaamheid is een kwaliteit. Als het je kernkwaliteit is, betekent dat dat je die kwaliteit van nature hebt, niet aangeleerd. Helemaal niet gek, toch? Probeer het maar eens als je durft, vraag anderen eens waar ze zich aan storen bij jou. Ja, dat is spannend hoor! Maar waar zij zich aan storen, zijn jouw valkuilen. Misschien weet je er zo al een, zonder het iemand te vragen. Word jezelf bewust van je valkuil, ga er maar eens inzitten met de volumeknop op 10, bij wijze van spreken. Draai de knop langzaam terug … en wat krijg je dan? Dat is je kernkwaliteit. Dus aan de slag en kom je valkuil uit!

Deze valkuilen en kernkwaliteiten behoren tot het kernkwadrant, een manier van kijken naar jezelf en inzicht krijgen in jezelf, van Daniel Ofman. In “Hé, ik daar …?!” schrijft Ofman heel toegankelijk over deze begrippen. Het kernkwadrant bestaat uit kernkwaliteiten, valkuilen, uitdagingen en allergieën. Volgende keer schrijf ik over allergieën en een beetje uitdagingen.

Draai je allergie omlaag

Als je iemand kent die zich in jouw ogen verschrikkelijk bemoeit met andermans zaken, ongevraagd advies geeft of opdringerig is, steek je hand op. Echt dat je denkt, laat me met rust, blijf uit mijn buurt en houd je advies voor je. Steekt je hand nog steeds in de lucht? Dan heb je hoogstwaarschijnlijk een allergie te pakken. Een allergie is dat je je ontzettend stoort aan een ander, maar het zegt vooral iets over jezelf, niet zozeer over die persoon. Want iemand anders kan over die persoon heel anders denken, die vindt bijvoorbeeld helemaal niet dat die persoon een bemoeial is, maar dat die juist heel betrokken of behulpzaam is en interesse toont.

Hoe werkt een allergie? Als jij het niet leuk vindt dat iemand zich te veel met jou bemoeit, dat die te dicht bovenop je zit en dat je gebrek aan ruimte hebt om je eigen ding te doen, kan je allergie “bemoeizucht” zijn, want je vindt het verschrikkelijk. Maar wat als je de bemoeizucht iets minder sterk beschouwt. Stel dat bemoeizucht iets is dat op volumeniveau 10 zit, het uiterste. Draai de knop een beetje terug, dus draai de bemoeizucht een aantal niveaus omlaag. Wat krijg je dan? Dan neemt de bemoeizucht af of dan krijg je iemand die zich wel met je bemoeit, maar op een manier en een frequentie die prettig is voor jou. Dat lijkt al meer op iemand die betrokken of geïnteresseerd is. Een allergie is een te veel aan uitdaging. Je zou dus kunnen zeggen dat bemoeizucht de allergie is en betrokkenheid of geïnteresseerdheid de uitdaging is.

Probeer het eens met een allergie van jezelf. Bedenk eens waar jij een gruwelijke hekel aan hebt of waar je allergisch voor bent. Bedenk daarbij dat het een te veel van iets is. Doe daar dan een beetje minder van. Dat kan door een denkbeeldige volumeknop terug te draaien, of een denkbeeldige grote stapel, kleiner te maken. Als dat je lukt, ga dan ook eens na bij jezelf hoe dat voelt, een beetje minder…. Voelt het al beter?

Nog iets leuks over je allergie is dat deze verbonden is met een kernkwaliteit van jou. Deze kwaliteit is namelijk het positief tegenovergestelde van je allergie. Als je allergisch bent voor de bemoeizucht van een persoon, dan heb je misschien juist behoefte aan ruimte en vrijheid om iets op je eigen manier te doen. De kwaliteit die bij jou allergie hoort kan zijn zelfstandigheid of ongebondenheid of onafhankelijkheid. Klinkt dat je bekend in de oren? Of kun je nog een andere positieve tegenstelling van bemoeizucht bedenken, die voor jou herkenbaar is?